489 uitsluitend met het doel om daardoor de kosten van beheer tot een minimum terug te brengen. Zonder ieis te willen zeggen ten nadeele van de gepensionneerde officieren, gegageerde en gepasporteerde min deren en het burgerlijk personeel dat voor en na gedurende den Atjeh-oorlog met het beheer van en het toezicht op den trein belast is geweest, ligt het toch voor de hand dat men als regel van dergelijk personeel, daargelaten nog het onregelmatige van hunne positie, daar het niet onder de militaire wetten staat niet die diensten kan verwachten als van officieren en minderen in actieven dienst, die op geheel andere en meer rationeele wijze aan den dienst van het leger verbonden zijn; bovendien moet ook van het kader van den trein eene mate van physieke ge schiktheid en opgewektheid worden' gevorderd, die zeker minder bij gepensionneerden wordt aangetroffen. Ook de eisch van voorberei ding in tijd van vrede wijst op de noodzakelijkheid om het kader uit actief dienenden te nemen; het beste gedeelte heeft men daarvoor niet noodig, mits het geschikt zij voor het werk dat men er van vordert en het daarop is voorbereid. Om al die redenen verdient het, naar het mij voorkomt, geen aan beveling om op grond van financieele overwegingen genoegen te ne men met eene wijze van encadreeren, die de goede werking van den trein niet voldoende verzekert; wenscht men zekerheid dat de orga nisatie aan het doel beantwoorden zal, dan mag niet tegen de uit gaven voor een goed kader worden opgezien. Een goede militaire orga nisatie is alleen bereikbaar met militair, d. i. actief-dienend kader. Het kader van de compagnie transporttrein moet bestaan uit: 1 kapitein, 1 luitenant, 6 Europeesche onderofficieren, waarvan één bestemd voor schrij vers- en administratieve werkzaamheden, 5 Inlandsche sergeanten, 5 Inlandsche korporaals; het is berekend op eene indeeling der compagnie in 5 secties, waar van de eerste drie bestaan uit koelies; de 4e sectie bestaat uit draagpaarden en de 5e uit karren met trekossen. De koeliesecties zijn op voet van vrede sterk 25 man, op voet

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1890 | | pagina 510