118 Wil men nu, met handhaving van de tegenwoordige bestuursfamilie in de VI Moekims, orde en rust in dit gebied verkrijgen, dan is het noodzakelijk dit te bewerkstelligen met T. Oemar. T. Rajoet is geen bestuurder, die idioot heeft niets te zeggen, zegt ook niets en kan, na zijn vaders dood, geen hoeloebalang blijven. De feitelijk machthebbende op dit oogenblik is Tjoet Din, Oemar's vrouw, die namens haren blinden vader beveelt. Neemt men Oemar weder aan, niet zoo maar klakkeloos, dat hij denkt dat wij hem noodig hebben, maar onder harde voorwaarden, b. v. dat hem tot straf voor zijn verraad een boete wordt opgelegd van 100000 en tevens de verplichting om binnen zes maanden de VI Moekiins geheel van vijanden te zuiveren, zonder dat hem daar voor een enkel geweer wordt verstrekt of zelfs maar ten gebruike wordt afgestaan, hij zal onvoorwaardelijk aan onzen wensch voldoen en niet alleen zullen dan de ambtenaren in gezelschap van hem en verdere hoofden in de VI Moekims kunnen komen, maar ook onze troepen zullen er door heen kunnen marcheeren, evenals vroeger, zouder dat op hen een schot gelost wordt. Wordt Oemar dan later gekozen tot hoeloebalang, dan moeten wij die keuze goedkeuren en hem, zoo noodig, het traktement toekennen, voor de voorname moekimhoofden bepaald. Verklaart Oemar bij de aanneming van zijne onderwerping, dat hij gaarne de opgelegde boete zal betalen, maar onmogelijk kan voldoen aan de opdracht betreffende de VI Moekims, dan is het voldoende eenvoudig te kennen te geven, dat wij dan de VI Moekims weer terug zullen brengen onder het bestuur, waaronder zij tot in het begin van deze eeuw behoorden, en men zal eens zien welke uitwerking dat heeft. Dit vorig bestuur in de VI Moekims te herstellen is de tweede weg die gevolgd kan worden, en in te slaan voor 't geval het Gou vernement onvoorwaardelijk de wederaanneming en onderwerping van T. Oemar terugwijst. Zooals men weet vormden de VI Moekims en Merassa vroeger één gebied onder den hoeloebalang van Merassa T. Neq Radja Moeda Setia. Van af 1876 tot aan de concentratie is het hoofd van Merassa door ons ook tijdelijk belast geweest met het bestuur in de VI Moe- o

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1893 | | pagina 121