503 Artikel I van deze regeling luidt als volgt: „De officieren der Landmacht die (bi)v. in 1896) worden aangesteld, „verbinden zich voor den dienst: „I hier te lande; „II hier te lande met beschikbaarstelling voor de Koloniën; „III in Nederlandsch-Indië. „Art. 26, suh 2 van het K. B. van 24 Nov. 1859, No. 69 en het K. B. „dd. 18 Aug. 1871, No. 10, worden te hunnen opzichte buiten werking „gesteld." A! dadelijk zal het een ieder evenals mij opvallen, dat door deze regeling geenszins eene vereeniging, hoogstens eene toenadering zal worden verkregen. Er blijft een Nederlandsch en een Indisch leger bestaan, die elk afzonderlijke belangen en promotie behouden en dus even weinig met elkander zullen gemeen hebben als de tegenwoordig bestaande krijgsmachten. Ik meen den indruk, dien ik van art. 1 van de ontwerp-regeling onmiddellijk heb ontvangen, niet beter te kunnen wedergeven dan hieronder te doen volgen, hetgeen de Voorzitter van Krijgswetenschap, generaal Netscher in 't einde der vergadering van den 29en April 1892 opmerkte. Deze opperoffieier gaf o.a. het volgende als zijne meening te kennen „De heer Haver Droeze stelt voor, drie categorieën van officieren aan „te stellen, waarvan eene voor den dienst in Indië, eene voor den dienst in „Nederland en eene derde voor den gemengden dienst. Dit plan biedt onge twijfeld, oppervlakkig beschouwd, minder bezwaren ter uitvoering aan, „maar dit zou dan toch altijd eene zeer gedeeltelijke vereeniging worden en „feitelijk niet veel anders dan wij nu reeds bezitten, doch minder goed, „want het thans aan alle detacheeringen, ruilingen en overplaatsingen „eigen en zoo wenschelijke karakter van geheele vrijwilligheid zou daardoor „verloren gaan. Ook zoude op deze categorie van officieren voor den „gemengden dienst geheel van toepassing blijven het groote bezwaar, dat „ik reeds in 1867 aanvoerde, namelijk de zeer ingewikkelde en moeielijke „regeling der promotie. Niet altijd de bruikbaarsten, maar de slimste „berekenaars zouden de beste promotie maken, zij zouden, naarmate de „kans van avancement hier of in Indië beter was, heden hun best doen „om geen overplaatsing te krijgen en die later weder begeeren, of wel

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1893 | | pagina 506