74 zelf een nadeel is, ook omdat die hulpbronnen kunnen ophouden te vloeien juist in tijden van gevaar, als wij in Indië dringend behoefte hebben aan alle beschikbare krachten. Ook houdt zulk een streven verband met een vereeniging tusschen de officierskorpsen van het Nederlandsche en het Indische leger, waarvan de Majoor Haver Droeze zich in de Yereeniging tot beoefening der krijgswetenschap van 29 April 1892 een warm voorstander wij daarentegen, naar wij gelooven in overeenstemming met de overgroote meerderheid onzer Indische kameraden, ons een even overtuigd tegenstander verklaren. Wat nu de schietschool in het bijzonder betreft, nemen wij uit de M. v. T. over, dat deze in Indië f 38.000 kost, zonder nog de ver bruikte munitie en het onderhoud van gebouwen in rekening te bren gen. Na opheffing dezer instelling zullen voortaan een 10-tal kapiteins en luitenants en een 24-tal onderofficieren en korporaals, die tijdelijk in Nederland vertoeven, daar worden gedetacheerd bij de schiet school te 's-Hage, hetgeen slechts zal leiden tot een totale uitgave van f 22.000, dus een bezuiniging van f 16.000. Dit is de hoofdzaak. Want van de andere argumenten uit de M. v. T., b. v. dat het doel der schietschool in Nederland „minstens even goed waarschijnlijk zelfs beter zal worden bereikt" dat men in Nederland eenige kapiteins zal kunnen detacheeren, wat thans in Indië niet geschiedt en ook bezwaarlijk geschieden kan, enzhiervan zou men geneigd zijn te denken, dat zij meer „pour le besoin de la cause" zijn te berde gebracht. Hoe zal o. a. de schietschool te 's-Hage in staat zijn, de onmisbare proefnemingen te doen met het oog op de invoering van een nieuw geweer voor onze infanterie? Buskruit, gewicht der lading, kogel baan, vizier, dit alles zal voor Indië in het bijzonder moeten worden beproefd en vastgesteld, ook al zal ons nieuw vuurwapen in hoofd zaak gelijk zijn aan dat van het Nederlandsche leger. Ook al blijven wij van oordeel, dat deze en andere redenen vóór het instandhouden onzer schietschool pleiten, dan moeten wij toch toegeven, dat de tegeuwoordige toestand van 's lauds financiën wellicht deze inkrimping van het Indische leger, waardoor een som van 16.000 zal worden bezuinigd, wettigt.

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1893 | | pagina 77