195 toepassen mag de kaart echter niet te vol geteekend zijn en moet men zekerheid hebben de juiste plaats weder te kunnen terug, vinden, wat bv. al vrij moeilijk is, indien het te verplaatsen deel moet aansluiten aan eene andere kleur, die dus op een anderen steen staat. De eerste methode past men dan ook bijna altijd toe waar het eene verplaatsing van lijnen geldt, omdat men dan elk oogenblik zijn werk door vergelijking met den proef druk en met de reeds op steen staande lijn kan controleeren, de laatste waar het geldt eene verandering brengen in een naam, het zij door bijvoeging, hetzij door weglating van een of meer letters. Zijn nu op de boven omschreven wijze alle verbeteringen aan de teekening gemaakt, dan moet, zooals uit het voorgaan, de duidelijk is, de steen weder opnieuw geëtst worden. Is het aantal verplaatsingen zeer belangrijk, dus oorspronkelijk de sluiting vrij slecht geweest, dan wordt, na het etsen, op de gewone wijze een nieuwe proefdruk gemaakt en op dezen de sluiting weder nagegaan. In den regel is deze nog niet zoo als het behoort, daar de steenteekenaar alles op het oog moet bijwerken en zich dus gemakkelijk hier of daar kan vergissen. Ligt bv. eene rivier niet zuiver in het diepste gedeelte van een ra vijn, dan wijkt zij misschien op de eene plaats x/4 m.M, op eene andere wellicht V2 m.M van de juiste plaats af; hiermede moet de steenteekenaar bij het aanbrengen der verbeteringen nu wel rekening houden, doch zonder dat hij eenig vast punt heeft, waarnaar hij zich kan richten, daar de hoogtelijnen niet op den steen voorkomen. Dat de verplaatsing dus hier en daar niet geheel juist geschiedt, is gemakkelijk te begrijpen en moeten die onjuistheden nu eerst weder verbeterd worden, alvorens tot de verdere werkzaamheden wordt overgegaan. Nadat de hoofdkleuren der kaart zoo goed mogelijk sluitend gemaakt zijn, moeten de steenen voor de vlakke tinten ver vaardigd worden (het groen der kampongs, het blauw der rivieren, meren en zee, het rood der gebouwen, waar noodig de verschil lende kleuren voor grenzen en cultures enz.). Die tinten zijn te onderscheiden in volle en zoogenaamde halve tinten. De eerste worden verkregen door de plaatsen waar zij moeten komen geheel met lithographischen inkt te bedekken, de laatste door daarop een grisé aan te brengen. Zulk een grisé bestaat

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1904 | | pagina 209