Bij het voorwaartsgaan van de infanterie zal de artillerie niet kunnen volgenzij blijft in stelling om geen tijd te verliezen met stellingverandering. Zij moet haar taak vervolgens door met de in fanterie steeds verbinding te houden en steeds uitzicht te hebben op het vóór de infanterie gelegen terrein. Elke Afdeelings- of Groeps- C. zal dus waarnemers met de infanterie medezenden. Gev. V. Mob. Art. p. 29 zegt: „(4) de AGC. neemt maatregelen voor de vaststelling der doelen", en „(5) en neemt voorts,maat regelen, opdat de hem ondergeschikte artillerie zooveel mogelijk voorbereid is op een te verwachten volgende taak". Bij voorkeur zouden deze waarnemers in voortdurende gemeenschap moeten zijn met infanterie-waarnemers, uitgezonden door een Reg.- of Bat.-C., dan wel een Batons-Co. groep zelf. Als commandant van die Art.-Ws. moet een officier optreden met een helder inzicht en oordeel om zoo noodig beslissingen te kunnen nemen voor zijn Afd.- of Gr.-C. betreffende de te bevuren doelen bij voorkeur een kapitein. De verbinding van dien W. met den Afd.- of Gr.-C. zal aan vankelijk met berichtoverbrengers te paard of op motorrijwiel (dan zal de W. nog niet kunnen optreden als vuur-waarnemer) of seiners, daarna met radio en ten slotte met een telefoonlijn tot stand komen. De moeilijkheden kunnen zich nu opstapelen; de vuur-aanvragen zijn talrijk en dringend, de doelen veel in aantal, alles moet langs één lijn. Nog ingewikkelder wordt het, indien de W. het vuur moet waarnemen voor een andere afdeeling(Gr.), omdat bijv. de waargenomen en te beschieten doelen niet bevuurd kunnen worden door de eigen afd. (Gr.) en de daarvoor aange wezen afd. (Gr.) deze door haar W.-organen niet kan zien. Hoe moeten deze moeilijkheden opgelost worden De taak van den waarnemer vóór moet zoo eenvoudig mogelijk zijn; hij moet geen berekeningen behoeven te maken; om ge sprekken langs de lijn uit te sparen zal hij in onkunde gelaten worden omtrent de batterijen, die vuren. Zoowel door den Reg.-C. als de Afd.-Cn. zullen zoo spoedig mogelijk officierspatrouilles (le AVP.'s) zoonoodig versterkt met onderoff.-patrouilles (2e AVP.'s) uitgezonden worden voor het opsporen van betere W.-posten en om verband met de infanterie op te nemen. Zij worden zoo spoedig mogelijk telefonisch ver bonden. De AVP. naar een vér verwijderd W.-punt zal een radio zend-ontvang-station (ZOLA) medekrijgen. Gaat de infanterie nu voorwaarts en wint zij terrein, zóó dat de BCn. het vuur hunner batterijen op doelen, van waaruit de eigen infanterie weerstand ontvangt, niet of onvoldoende kunnen waarnemen, dan wordt de BC., die het eerst in dat geval zal komen te verkeeren naar voren gezonden bij een dier AVP/s, die daarvoor het meest in aanmerking komt; liefst bij die, welke bij 343

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1933 | | pagina 47