355 men door zulke verkenningen uit het strandbivak en later uit den kraton spoediger en beter algemeen overzicht hebben gekregen. De oprichting van sommige posten, die later onuoodig blekeD, zou voorkomen zijn. De resultaten met den ballon verkregen zouden door gedetailleerde verkenningen van enkele punten moeten worden aangevuld en zouden eerst daarna kunnen dienen tot het maken van plannen. Veel meer mag men echter niet van eene ballonverkenning verwachten. De Inlandsche woningen van materialen, wier kleur niet helder tegen de omgeving afsteekt, zoomede de kleine vijandelijke versterkingen, die geen scherp geteekende taluds vertoonen, zullen ook met het beste oog altijd moeielijk te onderscheiden zijn. En als men nagaat dat een heuvel als Tjot Groeë met een top van 30 M. hoogte, op het hori zontale vlak geprojecteerd, zich nagenoeg als totaal vlak aan het oog voor doet, dan behoeft het geen betoog dat loopgraven en andere ingra vingen of ophoogingen van 1 a 1.5 M., op eenigen afstand van het punt van opstijging gelegen, geheel aan de waarneming ontsnappen. Bewegingen van volk zal men alleen kunnen waarnemen als ze niet door geboomte of alang-alang verborgen blijven en als de vijand vrij talrijk is. Maar kleine hinderlagen van enkele personen, die uit den aard der zaak voor hun oogmerk bedekt terrein uitkiezen, zullen zelden of nooit uit den ballon worden ontdekt. Daarentegen zal een ballon ook nog uitstekend kunnen dienen tot observatie van het eigen artillerievuur. Terwijl men in Europa al gemeen aanneemt dat men daartoe 3 a 5 KM. van de vijandelijke positiën verwijderd moet blijven, zou men de Inlandsche versterkin gen tot op 1 a IJ KM. kunnen naderen. In dit opzicht zal een ballon in Indi'è dus betere resultaten kun nen geven dan in Europa. Daar in Indië zelden nevels voorkomen, heeft men nagenoeg eiken dag wel een moment dat voor opstijging geschikt is. Het is gebleken dat in den regel het tijdperk tusschen de afwisse ling van dag- en nachtwind vooral 's ochtends het meest voor- deelig is om te stjjgen. Dit geldt niet alleen voor Java, maar ook voor Groot-Atjeh, waar de richting der winden zeer wisselvallig en hunne kracht dikwijls zeer groot is.

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1890 | | pagina 374