395 Op deze doelen één knielenden of staanden man kan een redelijk opgeleid individueel schutter gerust tot op 250 M., en staat hij boven de 250 M., dan met vizier 350 M. tot op dien afstand schieten en goede resultaten verwachten. De 50 °/0 spreidingstraal is op 350 M. eerst 0.26 M alzoo pas 0.02 meer dan de breedte van de éénmansschijf. De kansen van treffen zijn dan nog voldoende om den man het schieten op dat doel toe te staan; maar men noemt dat munitie verspilling en doet onze schutters een vijand op dien afstand ongemoeid laten, althans als men niet een afdeeling bij de hand heeft die een paar pakjes patronen tegelijk in een bundel naar dien vijand kan verschieten. Ik ben er zeker van dat een redelijk schutter die zijn geweer heeft leeren kennen en eenige individueele bedrevenheid heeft opgedaan, kalm, zoo mogelijk met opgelegd geweer, zulk een vijand al heel spoedig in 't gras doet bijten of minstens hem spoedig het veld doet ruimen. En zoo kunnen de volgende punten ook ontleed worden, doch ik zal het hierbij laten. Deze schietregels zijn berekend op zeer onvol doend opgeleide schutters, zooals ze door ons opleidingsstelsel verkregen worden, geen geoefende veldschutters maar medeschieters in den grooten hoop; zij zijn gebaseerd op bijna wiskunstig zekere uitkomsten, de man mag niet schieten of hij moet volgens de berekeningen bijna geen kans hebben om een enkel schot te missen, anders is het munitie verspillen, en de op die wijze successievelijk uitgewonnen patronen kunnen beter gebruikt worden, om bij gelegenheid eens een mooien, volgens alle regels der kunst geschoten bundel over het terrein te werpen. Ik weet wel, men zal hierop hetzelfde antwoorden wat te lezen is op blz. 489 afl. 6 I M. T. 1890 over „Standvizier" „klep op 't voetstuk" en „langestreep"; en daarop zijn de schietregels gebaseerd n.l. de 94 °/0 spreiding; ik geef echter gaarne bij de 50 °/0 kans, vergunning aan een behoorlijk opgeleid schutter om nog alleen te schieten, en hoe beter de man heeft leeren schieten en geleerd heeft in die gevallen een goeden steun voor zijn geweer te zoeken en te benutten, zooveel beter de uitkomsten zullen zijn. En waarom mag bij het bundelvuur

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1893 | | pagina 398