41 „Terwijl de radja -van Bajoe in Blang Mangat getrokken was, deed Gedong een onverhoedschen inval in Bajoe en verbrandde in eenen dag „op drie na al de daar zich bevindende kampongs. Welk verloop de vijan delijkheden met Gedong hadden en hoe zij ondanks al onze tegenspoeden „in den strijd-(hier wonnen de bondgenooten dus niet) toch eindig- „den met een vrede, die al onze wensehen vervulde, zal ik nader schetsen, „daar deze épisode een overtuigend bewijs levert van het nut der scheep- vaartregeling". Schever schetst dit nader op bladz. 26 en 27 als volgt: Bladz. 26 „Toen Gedong den even vermelden onverhoedschen inval in Bajoe „had gedaan, verbood ik natuurlijk direct allen uitvoer derwaarts sluiting „dus) en gaf den Radja ook kennis, dat voorloopig geen prauwen met „producten uit zijn landje te Telok Semawé zouden worden toegelaten". Op bladz. 27 Gedong versterkte zich goed, wachtte dapper den aanval der verbonden „Radja's van BajoeTjoenda, Blangmeh en Samakoeroeh af. Dit viel te „gemakkelijker, omdat Gedong slechts uit eenige kampongs bestaat, dicht bij „elkaar gelegen en omringd door eene groote sawahvlakte van honderden „Meters breed, en ook omdat de lieden van Gedong bekend waren als de „dapperste van de Pasei-streek. „De bondgenooten moesten dit tot hun nadeel ondervinden. Alle aan ballen, met welke dapperheid soms ook uitgevoerd, werden afgeslagen, „en aanzienlijk was het getal der gesneuvelden en gewonden aan hunne zijde. „Bij enz. „Hoewel dus het voordeel in den strijd aan de zijde der Gedongers „bleef, zagen zij toch in, dat zij den strijd niet konden volhouden. „Hunne munitie raakte op en bij de Atjehers wint hij den strijd, die het „meeste kruit kan verschieten. Ook was het hun onmogelijk het veld „te bebouwen, zij konden niets in- of uitgevoerd krijgen en armoede en gebrek stonden dus voor de deur". Kwam dit door sluiting of scheepvaartregeling „Zij besloten daarom vredesvoorslagen te doen en hoewel de voorwaar den voor hen zeer hard waren, namelijk ontruimen van het door hen „veroverde Blangmeh en uitlevering van geschut en 25 Beaumont geweren, „bleef hun niets anders over dan zich daaraan te onderwerpen, hetgeen „ze dan ook deden".

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1893 | | pagina 44