244 werd de pretendent genoopt om naar de Menawing terug te keeren en Batoer te gelasten naar elders te verkuizen, terwijl de kuip der Siangs kern ontviel. Daar de Menawing tkans aan de pegoestian geen rustig en veilig verblijf meer kood, was kaar toestand voor ket oogenklik zeer moeielijk. In de naaste omgeving van den pretendent waren allen voor <le aanneming van ket namens ket Gouvernement gedane aankod, zelfs Batoer, die met vrouw en kinderen tot nabij Moeara Oentoe afzakte en hoopte, door aansluiting bij de pegoestian in kare onderwerping, in verband met de algemeene amnestie aan de wraak van Silam en de gerech te straf zijner vroegere euveldaden te ontkomen. Alleen de Soerapati's •deden niets om de pegoestian tot onderwerping te bewegen terwijl do pretendent blijk gaf van zijne gewone weifelmoedigheid, door tot twee maal toe bijzondere verzoeken te doen in verband met zijne onderwer ping: eerst dat hetzelfde gezantschap, dat de voorwaarden met hem was komen bespreken, hem zou komen afhalen; daarna dat de assistent-resi dent met zeker gevolg hem kalverwegen zou te gemoet komen. Goesti Ar- sad, die ket nuttelooze van deze pogingen tot uitstel volkomen inzagen vast besloten was om zich met de zijnen thans, wat zijn schoonvader ook doen mocht, te onderwerpen, deed wat hij vermocht om den preten dent nog vóór afloop van den gestelden termijn naar Poeroek Tjahoe te doen gaan. Op het laatste oogenblik gelukte dit. Vergezeld van eenige gewapenden onder Batoer, zakten alle mannelijke leden der pretendents- tamilie de rivier af tot Djoeking Padjang, even bovenstrooms van Poe roek Tjahoe, waar men aanlegde om den verderen tocht te regelen. Hier echter word de pretendent, plotseling tot andere gedachten gebracht, vol gens Goesti Arsad door Djadam, den vertegenwoordiger der Soerapati's, welke familie het bestuur geheel voor ons gewonnen en van de pegoestian losgemaakt waande. Deze Djadam, van wien een jeugdige verwante de jongste der vele echtgenooten van den pretendent was geworden, had zich onderweg naar Djoeking Padjang bij den tocht gevoegd en had, na met een prauw op verkenning te zijn uitgegaan, alles in opschudding gebracht door het bericht, dat schepen met soldaten te Poeroek Tjahoe waren aangekomen en dat het gouvernement dus blijkbaar alles op eene •overrompelende gevangenneming had ingericht. Aangezien het meerendeel van des pretendents gevolg bestond uit bovenlanders, die, uiterst wan trouwend van aard zijnde, in hun land zelfs den geringsten afstand niet •dan in volledige wapenrusting afleggen, veroorzaakte het samentreffen van Djadam's berichten met eene aanmaning van Raden Djaja Kasoema, namens ons bestuur, om ongewapend den tocht te volgen, op eens in de •omgeving van den pretendent de grootste verwarring en vóórdat de bood schappers met het laatste antwoord op de nieuwe, namens den pretendent,

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1905 | | pagina 258