De reserve dient niet meer tot het ondersteunen van den aanval. Zij moet daarbij alleen daar, waar een lacune ontstaan is, bijsprin gen. Haar eigenlijke taak is, de genomen stelling onmiddellijk in staat van tegenweer te brengen, en bij een tegenaanval te verde digen. De eigenlijke stormtroep heeft, als eenige taak, te trachten zooveel mogelijk vooruit te komen, onbekommerd om de verdedi ging van het reeds gewonnen terrein. De verdediging van de Franschen is als volgt georganiseerd. Vóór den oorlog gold bij de Duitschers het beginsel, dat men één stelling moest aanleggen, zoo sterk mogelijk, en die dan tot den laatsten man moest houden. De Franschen echter waren aanhangers van het beginsel, dat men verscheiden stellingen na elkaar moest graven. Langzamerhand echter kwamen zij dichter en dichter bij de Duitsche opvatting, en zochten zij meer hun heil in weinige, maar zeer sterk bezette linies. Het roffelvuur bracht hierin nu bij beide partijen een radicale verandering. Allen moesten zich weer tot de oude Fransche opvatting bekeeren Hier volgt nu de beschrijving van een Fransch stelling-systeem, dat daarvoor als voorbeeldig kan gelden. De verschillende stellingen liggen zoo ver uit elkaar, dat zij niet tegelijk met succes onder vuur genomen kunnen worden. Daarvoor is een afstand van 2a 3 kilometer voldoende. Iedere stelling bestaal daarbij gewoonlijk uit drie linies. In de voorste linie staan slechts de posten. Deze is dus zeer zwak bezet. 40 a 50 meter verder ligt dan de „tranchée de double- ment", die de Duitschers „Parallelgraben" noemen. Daar zijn de woonholen. Weer 200 a 250 M. verder ligt de steunlinie. Daar nog ongeveer 500 meter achter liggen de steunpunten. Eerst waren die niet door loopgraven verbonden, maar vormden zij slechts een reeks van, het tusschenterrein met hun machinegeweren flankeerende, sterkten. Dat bleek echter een gevaarlijk stelsel. Devijandelijke vliegers konden zonder moeite nauwkeurig de plaats van ieder steunpunt bepalen, en dan werd dit onfeilbaar een prooi van hun artillerie. Daarom liggen deze punten nu in een samenhangende aardgang, waardoor zij niet zoo gemakkelijk te vinden zijn. Daarna komt het tusschengebied iusschen de eerste en tweede stelling, dat soms ook nog bijzonder versterkt is. De verdeeling van de Fransche troepen in deze stellingen vindt op de volgende wijze plaats. Van een regiment gaan twee bataljons in de voorste stelling. Van elk van deze beide bataljons worden twee compagnieën voor de postengang en voor de tranchée de doublement bestemd; de nog overgebleven compagnie komt in de steunlinie te liggen, Het derde bataljon houdt, als reserve van het regiment, de steunpuntenlinie en de tweede stelling bezet. Bij een aanval kan het allicht voorkomen, dat de zwak bezette eerste linie door den vijand wordt genomen. Dan is het in de eerste plaats de taak van de reserve in de steunpuntlinie, door een tegenaanval den vijand weer te verdrijven. Lukt dat niet, dan komt een ander, nog niet besproken stelsel van loopgraven in gebruik. 460

Tijdschriftenviewer Nederlands Militair Erfgoed

Indisch Militair Tijdschrift | 1917 | | pagina 88